homeacademieactueelInterviews met medewerkers (7) Interview Alf Kurstjens

Interview Alf Kurstjens


Ook al was Alfs vader pottenbakker en werkt Alf nu onder meer in de keramiekwerkplaats op de academie in 's-Hertogenbosch, het was in de eerste instantie niet zijn intentie om dezelfde richting op te gaan als zijn vader.
Hij ging daarom rechten studeren en na twee jaar nog een half jaar accountancy. Maar ook daar bleek zijn hart niet te liggen.

Mijn toenmalige vriendin studeerde aan de kunstacademie in Lyon reclametekenen. En ik schilderde destijds op textiel wat ik verkocht in een winkeltje in Utrecht. We besloten samen ontwerpen te gaan maken. We wilden die vervolgens zeefdrukken en dan verkopen. Maar voor het zeefdrukken hadden we geen geld. We besloten voor de uitvoering van het plan werk te gaan zoeken om zo geld te sparen. Zo kwam zij terecht bij een reclamebureau en ik bij het keramiekbedrijf Mobach in Utrecht. Ons plan kwam uiteindelijk niet meer tot uitvoering. We gingen ieder onze eigen weg.

Ik bleef bij Mobach werken en deed veel ervaring op. Mobach was gespecialiseerd in het vervaardigen van grote potten en in glazuren. Daar leerde ik onder meer productie technieken en de wijze waarop de verkoop georganiseerd was. Mijn vader maakte op eigen initiatief zijn potten en ging hier vervolgens mee op pad om deze aan de man te brengen. Mobach werkte met collecties. Aan de hand van foto’s van prototypes werd verkocht aan de klant. Voor de mogelijke kleuren van de collectie werden voorbeelden meegenomen.

Na elf jaar werken voor Mobach werd ik gebeld door het EKWC, of ik daar wilde komen werken. Ik zou me voornamelijk bezig gaan houden met glazuren. Ik was gewend om bij Mobach heel fysiek bezig te zijn. Bij het EKWC echter zat ik voornamelijk achter de computer en deed ik glazuurproefjes met kleine tegeltjes. Ik werd daar niet blij van. Ik heb daarna een aantal jaren cursussen gegeven, onder meer bij het Duvelhok in Tilburg en de Universiteit van Utrecht. Maar het niveau gaf geen voldoening.
Ik ben toen een eigen bedrijf begonnen. Zo maakte ik tafels en lampen. Ik ging na verloop van tijd steeds meer in opdracht werken, onder meer voor Ted Noten. Vervolgens kwam ik in de restauratiesector terecht.

En hoe ben je dan bij de academie terechtgekomen?
Een bedrijf opstarten brengt risico met zich mee. Omdat ik ondertussen twee kinderen had, wilde ik wel wat zekerheid. Ik solliciteerde daarom bij de Design Academy en de AKV. In de eerste instantie bleek er geen vacature open te zijn, maar na een maand belde de toenmalige directeur van de AKV, Piet Fioole, mij met de vraag of ik hier wilde komen werken.

Kun je iets vertellen over je functie hier?
Ik ben werkplaatsmeester keramiek. Ik neem het reilen en zeilen van de keramiekwerkplaats - waar wordt gewerkt met gips en klei maar ook brons wordt gegoten – voor mijn rekening. Daarnaast geef ik werkplaatsinstructies. Ook ben ik sinds 2003 voorzitter van de academieraad.
In oktober heb ik een cursus gevolgd in het Fablab in Utrecht om te leren werken met de 3D frees/scanner en de 3D-printer, die nu ook in de keramiekwerkplaats staan.

Het inspirerende binnen Fablab is de open structuur, die ik ook graag binnen de keramiek werkplaats zie. Waar vroeger en ook nu nog pottenbakkers angstvallig hun “geheimen” - zoals recepten - bewaren, is er binnen de keramiekwerkplaats sprake van een open structuur waar technieken en ervaringen gedeeld worden.

Wat vormt je buiten de academie tot wie jij bent?
Mijn inhoudelijke kijk op het vakgebied is binnen de academie anders dan binnen mijn eigen bedrijf. De kennis die ik van mijn vakgebied heb overstijgt de vraag binnen de academie.
Ik heb me opgegeven voor de focusgroep duurzame verankering en het idee op tafel gelegd om de kennis die er is nog efficiënter aan te wenden.

Wat is volgens jou het belang van autonome en/of toegepaste kunst binnen de hedendaagse samenleving?
Kunst kan het leven mooier maken. Het prikkelt, maakt wakker, sust in slaap. Het roept op tot gedachten.

Hoe zie je dat in het hedendaags klimaat waarbij druk wordt uitgeoefend op het bestaansrecht van de kunst?
Vanuit de samenleving is er geen druk op de kunst, maar wel vanuit de politiek. Naar mijn mening vertegenwoordigt de politiek de samenleving niet meer.
De samenleving opereert conform de markt. Maar daarbij kan ik kiezen of ik naar de Albert Heijn ga of de Aldi. Maar het is een stuk lastiger als de politiek ook als bedrijf functioneert, want ik kan niet zomaar naar het buitenland verhuizen. De politiek heeft de macht te beslissen of een bepaalde bank overeind blijft staan. De politiek maakt keuzes die het volk volgens mij, als er referenda zouden zijn, niet onderschrijft.

Wat vind je typerend aan AKV|St.Joost?
Ik heb een boek gelezen waarin de fenomenen van de remmende voorsprong en de stimulerende achterstand worden besproken. In het eerste geval is er sprake van een situatie waarin een aanvankelijke voorsprong leidt tot achterstand. In het geval van een stimulerende achterstand is er juist sprake van weinig kennis en structuur, wat tot noodzakelijke vernieuwing kan leiden, men begint namelijk op nul.
Zo vertelde een correspondent van NRC-Next onlangs over het verschil tussen Polen en Nederland. Nederland kent dan de remmende voorsprong en Polen de stimulerende achterstand. Na drie jaar in Polen te hebben gewoond kwam hij terug in Nederland, waar hij niet meer op de gaten in de weg hoefde te letten. Alles is hier af. In Nederland draait alles zo goed dat er geen noodzaak is tot verbetering. Dan ga je dus op je lauweren rusten. De structuur is hier zo voor elkaar hier dat er geen noodzaak is de dingen anders te doen. Er gebeuren pas dingen als er iets mis gaat. Dat zie je ook binnen AKV|St.Joost en Avans, die neigen naar de situatie van de remmende voorsprong. Een meer kritische blik naar binnen toe, zowel binnen de samenleving als binnen onze academie kan helpen ons duidelijk te profileren.

31-01-2012 Tekst en interview: Marinke Marcelis